Een dagje de paters achterna

Tussen twee hittegolven door kneep ik er een dagje tussenuit. Op het programma: twee abdijtuinen, namelijk die van de Abdij van Noirlac in Bruère‑Allichamps en het Prieuré d’Orsan in Maisonnais. De eerste stelde teleur, de tweede was prachtig.

Abdij van Noirlac

De tuin van Noirlac wordt in brochures stevig aangeprezen, maar in werkelijkheid is ze niet speciaal. Veel delen worden toegeschreven aan Gilles Clément, maar dat voel je niet altijd in de uitvoering.

Net na de inkom staan grote plantvakken met Miscanthus van bijna twee meter hoog. Indrukwekkend qua volume, maar verder weinig spannend. Gelukkig zijn er vlak voor de abdijmuren wél borders met een betere plantenmix. Achteraan vind je opnieuw plantvakken, maar ook daar overheerst een monotone beplanting.

Speciaal omrijden hoeft je niet te doen. Ben je er in de lente, dan tref je hopelijk een bloeiend geheel dat wat meer karakter toont.

Prieuré d’Orsan

Deze tuin draagt het label Jardin remarquable, en dat is volledig terecht. Buiten Le Bocage bestaat het domein uit een reeks tuinkamers, elk met een eigen sfeer en inhoud.

Hier wordt duidelijk water gegeven, want in Le Clos des trois vergers staan de vier bloemweides mooi in bloei. Ook in Le Potager is er van watergebrek geen sprake.

De tuin is een rijke mix van onderdelen: boomgaarden, borders, moestuin, hagen, zichtassen. Bovendien wordt er veel aandacht besteed aan het leiden en vormen van planten, wat resulteert in kunstige structuren die het geheel extra karakter geven. Een aanrader.

Slot

Het was een leuke en niet al te zweterig uitje. En eerlijk is eerlijk: het ijsje bij Noirlac maakte veel goed.



Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.