Een nieuw hoofdstuk is aangebroken: voor mijn derde en laatste stage in de opleiding Groenmanagement werk ik op Ferme Claire des Pres. Met die keuze sla ik meerdere vliegen in één klap: mijn Frans gaat vooruit, mijn plantenkennis wordt bijgeschaafd en ik krijg er zelfs kooktips bovenop.
Daslook plukken
De dag begon met een kop kruidenthee, waarna we Hans-en-Grietjegewijs het bos in trokken om daslook te plukken. Het bos is een ENS (Espace Naturel Sensible). Toen we de plukplaats bereikten, keek een ree verbaasd op en koos, na een korte aarzeling, het hazenpad. Het was er een oase van rust — een stilte die in Vlaanderen zijn gelijke niet kent.
Met de rieten manden gevuld wilden we terug naar de boerderij, maar Hans was het noorden kwijt. Gelukkig kon Grietje de planten lezen die ons de weg wezen, en stonden we al snel weer bij de auto.
Na een koffietje en een stukje chocolade — een traditie die ik maar al te graag overneem 😋— begonnen we aan het wieden van de bedden voor de éénjarige planten. We startten op het ritme van de kleine bonte specht, maar ondergetekende moest helaas al snel afhaken.
Onder een stralende zon plantten we nog Bernagie uit. Daarna ritste ik in de schaduw wat gedroogde Oregano, bijna zoals je bessen plukt. Toen werd het tijd om afscheid te nemen. Met een paar nieuwe Franse woorden en volledig zen reed ik naar huis.
Kapper
Het zat eraan te komen: door de wind hing mijn haar te vaak voor mijn ogen, dus ging ik voor het eerst naar de kapper. Ik kreeg er meteen een compliment — althans op het eerste gezicht: “Je spreekt goed Frans… in vergelijking met mijn andere niet-Franstalige klanten.”
Een kappersbezoek blijkt goed voor de taal, want “fabrees” blijkt geen Frans woord te zijn. Maar het is ook gevaarlijk: “oui” zeggen wanneer je het maar half begrijpt, is een risico. 🤭